Begrippenlijst
Evenementen
Dienstverleners
Algemene Informatie
Begrippenlijst voor credit management
There are 49 entries in this glossary.| Term | Definition |
|---|---|
| 0-Disclaimer Begrippenlijst Credit Manag |
Alhoewel de antwoorden zo zorgvuldig mogelijk zijn geformuleerd, kunnen hieraan geen rechten worden ontleend. Team NCMN |
| 403-Verklaring |
Een tot een groep behorende rechtspersoon kan worden vrijgesteld van de verplichting om de jaarrekening te publiceren indien aan de voorwaarden van artikel 2:403 BW is voldaan. Eén van de voorwaarden is dat de moedervennootschap schriftelijk verklaart zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor schulden van haar dochter. Dit is de zogenaamde 403-Verklaring. Meestal is het gevolg dat de dochter geen jaarrekening meer hoeft op te stellen en te publiceren. Verantwoording vindt dan plaats via een gezamenlijke jaarrekening van moeder- en dochterbedrijf (een geconsolideerde jaarrekening). In de 403-Verklaring zal opgenomen moeten worden welke schulden van de dochter wel of niet door het moederbedrijf worden gedekt. De 403-Verklaring is op te vragen bij de Kamer van Koophandel. Wanneer de ingangsdatum niet vermeld staat in de 403-verklaring geldt de inschrijfdatum van de 403-Verklaring in het Handelsregister. |
| Aanmaning |
Aanmaning Een aanmaning is een schriftelijke sommatie van de schuldeiser aan de debiteur (schuldenaar) om alsnog binnen een aangegeven termijn het verschuldigde bedrag te voldoen. Deze aanmaning kan zowel door de schuldeiser zelf worden gestuurd als door een ingeschakelde incasso-organisatie (incassobureau of gerechtsdeurwaarder). Aliases (separate with |): sommatie
|
| Acceptatie |
Voor levering en/of voor contract wordt het risico op default (wanbetaling) bepaald. Zonodig worden risicobeperkende maatregelen genomen. Op basis van het kredietwaardigheidsonderzoek wordt de limiet bepaald. De limiet is de hoogte van het kredietbedrag of totaal risico. Aliases (separate with |): acceptatie|incasso
|
| Aflossingscapaciteit |
De aflossingscapaciteit is het bedrag dat beschikbaar is voor het aflossen van de schuld(en). Dit bedrag wordt vast gesteld aan de hand van de aflossingscapaciteitsberekening. |
| Basispunt |
Is het 1 honderdste van 1 procent. De rente wordt hiermee aangegeven. 1 basispunt is 0,01 |
| Buitengerechtelijke incassokosten |
Buitengerechtelijke kosten zijn een soort schadevergoeding voor de werkzaamheden die tot doel hebben om de schuldenaar vóór het starten van een gerechtelijke procedure tot betaling te bewegen. Dit kunnen werkzaamheden van de schuldeiser zelf zijn of die van een incassobureau of deurwaarder. De schuldeiser kan buitengerechtelijke kosten eisen op basis van een wettelijke regeling, maar eventueel ook op basis van tussen partijen gemaakte afspraken. Deze afspraken die bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de Algemene Voorwaarden (betalingsvoorwaarden), kunnen inhouden dat de schuldenaar (debiteur) een vast percentage over de hoofdsom verschuldigd is, wanneer de rekening niet tijdig is betaald. De buitengerechtelijke kosten kunnen door een rechter gematigd worden of ze nu overeengekomen zijn of niet. De rechter gaat bij het bepalen van redelijke buitengerechtelijke kosten vaak uit van een richtlijn die bekend staat onder de naam Rapport Voorwerk II. Rapport Voorwerk II kent een staffel voor de toewijzing van buitengerechtelijke kosten. Dat wil zeggen dat de buitengerechtelijke kosten oplopen bij een oplopende hoofdsom. Hoe hoger het bedrag dat men verschuldigd is, des te hoger de buitengerechtelijke kosten. Als de schuldeiser BTW-plichtig is hoeft de schuldenaar de BTW over de incassokosten niet te betalen. De schuldeiser kan deze BTW namelijk verrekenen. Als de schuldeiser niet BTW-plichtig is, dan is de schuldenaar ook verplicht om BTW over de buitengerechtelijke kosten te betalen. Aliases (separate with |): incassokosten
|
| Cashflow |
Cashflow is een term in de bedrijfseconomie waarmee het geld dat een organisatie in en uit gaat bedoeld wordt. De Nederlandse vertaling is kasstroom, maar in de literatuur en in de praktijk wordt deze term niet vaak gebruikt. Meestal worden cashflows weergegeven per periode of per project. Als er geld binnenkomt heet dit een positieve cashflow en als er geld de organisatie verlaat is dit een negatieve cashflow. Als een onderneming een jaarrekening publiceert wordt naast de balans en resultatenrekening ook een cashflowoverzicht (in Nederland dus ook wel kasstroomoverzicht) van dat jaar gepubliceerd. (Bron; Wikipedia) Aliases (separate with |): kasstroom
|
| Cashflow directe methode |
|
| Cashflow: indirecte methode |
Cashflowberekening d.m.v. indirecte methodeDe eenvoudige boekhoudkundige methode:+/- Resultaat na belasting + afschrijvingen Uitgebreide boekhoudkundige methode:+/- Resultaat na belasting + afschrijvingen + dotatie voorzieningen -/- onttrekking voorzieningen -/- ingehouden winst niet geconsolideerde deelneming |
| CDS: credit default swap |
Het risico op het niet terugbetaald krijgen van de obligatielening door een default (niet in staat zijn tot terugbetaling)van de geldnemer kan met behulp van een CDS (credit default swap) worden doorgezet naar een andere partij die dit risico wil overnemen tegen een vooraf bepaalde prijs. De hoogte van de CDS kan ook gebruikt worden als een risicoindicator. Gaat de CDS prijs plotseling omhoog dan is er grote onzekerheid in de markt met betrekking tot de continuïteit van een bedrijf. |
| Comparitie (van partijen) |
Een comparitie van partijen is een persoonlijke verschijning van de partijen voor de rechter. Het is aan de rechter om een dag te bepalen dat een comparitie van partijen plaatsvindt. Een comparitie van partijen is een persoonlijke verschijning van de partijen voor de rechter. Het is aan de rechter om een dag te bepalen dat een comparitie van partijen plaatsvindt. Het doel hiervan is een schikking te bereiken en/of om nadere inlichtingen over de ingenomen standpunten van de partijen te verkrijgen. |
| Credit rating |
Rating (ofwel creditrating) Een creditrating is een indicator die aangeeft hoe groot de kans is dat de lening wordt terugbetaald. Hoogste rating is AAA vrijwel geen enkel risico op niet terugbetalen. Laagste rating is DDD is default/onvermogen om terug te betalen. De drie bekendste rating agencies zijn Moodys, S&P en Fitch. AAA en AA noemt men ook wel "investment grades". Lager dan BB noemt men ook wel "junk bond". Rating loopt met stappen terug van AAA naar AA naar A naar BBB naar BB etc. Daarnaast worden ook nog tussenstappen aangegeven met + en – . De rating wordt gebaseerd op historische financiële data en actuele activa en passiva. Ratings kunnen op verzoek worden bepaald voor bedrijven, banken en financiële producten maar ook voor landen. Zodra er een "credit event" is of er is nieuwe financiële data kan de rating worden aangepast. Indien de rating verslechtert kan dit betekenen dat banken of landen voor nieuwe obligatieleningen een hogere rente (risicotoeslag) moeten betalen. Dit vanwege de toename van het risico dat de lening niet kan worden terugbetaald. Ook Graydon en Dun & Bradstreet werken met eigen ratings. Op basis van de rating wordt de procentuele kans bepaald dat er sprake is (binnen 1 tot 5 jaar) van een default (= niet kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen). Door de procentuele kans af te zetten tegen de maximale schade die optreedt bij een default bereken je de expected loss. Deze kun je afzetten tegen de voorziening. Kort samengevat worden er een viertal ratingsystemen gehanteerd, namelijk die van:
Aliases (separate with |): rating
|
| Debtors |
Debiteuren |
| Default |
Het niet kunnen voldoen aan de (terug)betalingsverplichting Aliases (separate with |): betalingsverplichting
|